Hoe worden dahlia's ingedeeld? De veertien vormgroepen uitgelegd
Wie door een dahliatuin loopt, ziet bloemen als strakke bolletjes, als waterlelies, als stekelige sterren en als platte schotels. Om die rijkdom overzichtelijk te houden, worden dahlia's ingedeeld in vormgroepen. Die indeling is niet vrijblijvend: kwekers, veredelaars en keurmeesters gebruiken haar allemaal. Maar wie bepaalt eigenlijk welke groepen er zijn, en waarop let je?
Wie bepaalt de indeling?
Voor dahlia's is de Royal Horticultural Society (RHS) in Engeland de internationale registratieautoriteit. Zij houdt het internationale dahliaregister bij en legt daarin ook de vormgroepen vast. Volgens de RHS is die indeling opgesteld in overleg met de nationale verenigingen of toezichthoudende organisaties voor dahlia's in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
In Nederland is de KAVB de nationale registratieautoriteit. Nederlandse kwekers kunnen nieuwe rassen via de KAVB laten registreren; de KAVB helpt de RHS daarbij en gebruikt dezelfde groepen als de RHS, grotendeels met Nederlandse namen. Nederland heeft dus geen eigen officiële vormindeling: we volgen de internationale.
De veertien vormgroepen
De RHS onderscheidt veertien groepen. De belangrijkste kenmerken zijn de vorm van de lintbloemen (wat we meestal 'bloemblaadjes' noemen) en of het hart van de bloem zichtbaar is.
- Enkelbloemig — één krans lintbloemen rond een open hart. Bijen en hommels kunnen goed bij het stuifmeel en de nectar, dus deze dahlia's trekken veel insecten.
- Anemoonbloemig — een of meer kransen lintbloemen rond een dicht kussen van lange buisbloemen; het gewone hart is niet te zien.
- Halskraag — één krans vlakke lintbloemen, met daarbinnen een kraag van kleine bloempjes in vaak een contrasterende kleur, en een open hart.
- Waterlelie — volgevuld, met brede, vrij ijle lintbloemen die recht of iets hol zijn. De bloem is ondiep: minder diep dan de helft van de doorsnede. Waterlelies zijn een eigen groep, niet een soort decoratieve dahlia.
- Decoratief — volgevuld, zonder zichtbaar hart, met brede, meestal vlakke lintbloemen met een stompe punt. Ze mogen iets gedraaid zijn of voor hooguit driekwart van hun lengte naar binnen gerold. De grootste groep, van klein tot enorm.
- Bal — bolvormig of iets afgeplat; de lintbloemen hebben een stompe of ronde punt en zijn voor minstens driekwart van hun lengte naar binnen gerold tot een soort trechtertjes.
- Pompon — een kleinere, bijna perfect ronde bal; de lintbloemen zijn over hun hele lengte naar binnen gerold.
- Cactus — smalle, puntige lintbloemen die voor meer dan de helft van hun lengte naar buiten gerold zijn.
- Semi-cactus — lintbloemen die aan de basis breed zijn en voor een kwart tot de helft van hun lengte naar buiten gerold.
- Overig — alles wat in geen van de andere groepen past.
- Gefranjerd — de lintbloemen zijn gelijkmatig in twee of meer delen gespleten of ingekerfd, waardoor de bloem een rafelig, veerachtig uiterlijk krijgt.
- Enkele orchidee (sterdahlia) — één krans lintbloemen die gelijkmatig naar binnen of naar buiten gerold zijn, rond een open hart.
- Dubbele orchidee — volgevuld, met smalle, gerolde lintbloemen en een driehoekig ogend midden; het hart zelf is niet te zien. Hieronder vallen sinds 2016 ook de zogenaamde stellar-dahlia's.
- Pioenbloemig — grote bloemen met drie of vier rijen vlakke, wat onregelmatig geplaatste lintbloemen rond een open, goudgeel hart.
En mignon, topmix en 'grootbloemig'?
In Nederland spreken we vaak over mignon- en topmixdahlia's. Dat zijn geen vormgroepen, maar aanduidingen voor lage dahlia's. Mignons zijn lage, enkelbloemige dahlia's van hooguit ongeveer een halve meter; het internationale register noemt zulke lage perkdahlia's 'Dwarf Bedder'. Topmixen zijn nog kleiner: meestal niet hoger dan 30 cm, met bloempjes van een paar centimeter. De RHS noemt ze 'Lilliput'. Topmixen zijn vaak enkelbloemig, maar er zijn ook halfgevulde en gevulde. Een lage dahlia heeft daarom altijd óók een gewone vormgroep.
Hetzelfde geldt voor 'grootbloemig', 'middelgroot' en 'kleinbloemig'. Vroeger deelde de RHS een aantal groepen ook in naar maat, van reuzenbloemig (doorgaans meer dan 25 cm) tot miniatuur (doorgaans niet meer dan 10 cm); voor bal- en pompondahlia's golden aparte maten. Sinds 2012 zijn die maatklassen afgeschaft: in het register staat nu alleen nog de doorsnede van de bloem. De termen die kwekers gebruiken, zijn handig bij het kiezen, maar zeggen niets over de vormgroep. Een kleine cactusdahlia is nog steeds een cactusdahlia.
Waarom het ertoe doet
Op een keuring telt de vorm het zwaarst. Een keurmeester beoordeelt een bloem altijd tegen de kenmerken van haar eigen groep: een decoratieve dahlia met een zichtbaar hart is een fout, een enkelbloemige met een open hart is precies goed. Ook de rubrieken op het Nationaal Kampioenschap zijn op de vormgroepen gebaseerd, zoals de vazen met vijf bal- of pompondahlia's, vijf decoratieve of waterleliedahlia's en vijf cactus- of semi-cactusdahlia's.
Wie zelf dahlia's teelt, heeft er ook plezier van: wie de groep van een ras kent, weet beter wat hij kan verwachten en kan gerichter zoeken naar nieuwe favorieten.
De indeling op deze site
We brengen de classificaties op deze site in lijn met de officiële veertien groepen. Mignon- en topmixdahlia's delen we daarbij in bij hun eigen vormgroep (meestal enkelbloemig), met 'laag' als extra kenmerk. Bij twijfel zoeken we de groep van een ras op in het internationale register. Ziet u toch een ras in de verkeerde groep staan? Laat het ons weten via het contactformulier.
Bekijk alle groepen op de pagina Classificaties.